Geschiedenis van de WvA

De geschiedenis van de WvA begint niet in Nederland, maar in Engeland, waar de astrologie aan het einde van de negentiende eeuw een nieuwe impuls kreeg. Astrologen als Raphaël, Charles Carter en vooral Alan Leo haalden het vak uit de occulte sfeer van hun tijd en legden er een serieuzere, toegankelijkere basis onder. Ook in Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten groeide in die periode de belangstelling voor astrologie.

In Nederland was het de astroloog A.E. Thierens die deze internationale ontwikkeling naar ons land bracht. Hij werd geïnspireerd door H.J. van Ginkel, die in Engeland onder Alan Leo had gestudeerd en diens werk in Nederland introduceerde. Op 30 juni 1907 richtte Thierens het “Nederlands Genootschap tot bestudering van Astronomie en Moderne Astrologie” (N.G.A.) op — de eerste astrologische vereniging van Nederland en de voedingsbodem waaruit later de Werkgemeenschap van Astrologen zou ontstaan.

Al snel kreeg de vereniging een eigen stem: het tijdschrift Urania, dat in 1907 voor het eerst verscheen. In de eerste jaargangen bestonden de artikelen nog voornamelijk uit vertalingen van Alan Leo’s Engelse tijdschrift, maar al snel maakte Urania zich los van die invloed. Thierens was jarenlang hoofdredacteur, bijgestaan door een wisselend team van medewerkers, onder wie L. de Beer, L. Knegt, Th.J.J. Ram en J.C. van Wageningen. Urania bestaat tot op de dag van vandaag en is daarmee een van de oudste astrologische tijdschriften van Nederland.

De oorsprong en A.E. Thierens 

A.E. Thierens (1875-1941) was meer dan alleen de oprichter van de eerste Nederlandse astrologievereniging. Als doctor in de filosofie en esoterisch astroloog benaderde hij de astrologie vanuit een theosofische invalshoek, geïnspireerd door onder meer “De Geheime Leer” van H.P. Blavatsky. Die kosmische grondprincipes vormden voor hem het uitgangspunt om de astrologie een verantwoorde, deductief-filosofische basis te geven.

Thierens verdiepte zich in de boeken van Alan Leo en vertaalde een van zijn werken in het Nederlands, waarmee hij astrologische kennis voor een groter publiek toegankelijk maakte. Tussen 1910 en 1912 schreef Thierens een trilogie die dat fundament vastlegde: Wetenschappelijke opstellen (Cosmologie), Elementen der praktische astrologie en Astrologie als levensleer. Hierin deed hij als eerste in Nederland uitgebreid onderzoek naar de Wet van Twaalf en de Wet van het Object: het idee dat de twaalf tekens van de dierenriem zowel een opeenvolgende reeks fasen vormen als een gelijktijdig samenspel van beelden.

Hiermee legde Thierens een fundament voor de latere psychologische en systematische benadering van horoscopen binnen de WvA. Die visie is nog altijd terug te vinden in de kern van de WvA-systematiek, waarin de twaalf sectoren van de horoscoop systematisch worden geanalyseerd om de aanleg van een geborene te doorgronden. Na lange jaren als voorzitter en hoofdredacteur trok Thierens zich terug uit het openbare astrologische leven om zich verder te verdiepen in de achtergronden van zijn vak – maar het fundament dat hij legde, bleef bepalend voor de generaties astrologen die na hem kwamen

Leo Knegt en Theo Ram: techniek en duiding 

Na Thierens werd het pionierswerk overgenomen door twee astrologen die ieder een eigen, essentiële bijdrage leverden: Leo Knegt en Theo J.J. Ram.

Knegt (1882-1957) richtte zich vooral op precisie in de astrotechniek. Hij onderzocht en verfijnde de rekenmethodes voor het astrologisch vaststellen van planeetposities, en legde zo de basis voor kernbegrippen die de WvA nog steeds gebruikt, zoals de Ware Plaats en het Ascendant-Parallel-Cirkel-Systeem (APC-systeem) voor het berekenen van astrologische huizen. Daarnaast gold hij als een van de meest bekwame duiders van zijn tijd, met een bijzondere expertise in de uurhoekastrologie.

Theo J.J. Ram bouwde vanaf hier verder: hij combineerde Knegts technische precisie met een diep psychologisch en filosofisch inzicht. Ram was een veelzijdig astroloog met grote technische vaardigheden en een uitzonderlijk talent voor het interpreteren van horoscopen. Als grondlegger van de psychologische astrologie voegde hij de Wet van Zeven en de Wet van het Subject toe aan Thierens’ Wet van Twaalf, en bouwde hij de duiding voor het eerst volledig systematisch op. Zijn inzichten legde hij vast in “Psychologische Astrologie” (1934), een boek dat vaak herdrukt werd en nog steeds als standaardwerk geldt. Tot aan zijn overlijden in 1961 verzorgde hij daarnaast de driedelige Psycho-Astrologische Encyclopedie.

Beiden waren pioniers van een nieuwe methodische aanpak. Het specifieke daarvan is dat men kan leren een horoscoop objectief te duiden, zonder een al te sterke persoonlijke interpretatie. Ten grondslag aan deze methodiek ligt een filosofie die gebaseerd is op eeuwenoude kosmische wetmatigheden. De systematiek is daardoor hecht gefundeerd en ook controleerbaar en overdraagbaar.

In 1947 richtten Knegt en Ram samen de Werkgemeenschap van Astrologen op, als opvolger van het N.G.A. — het moment waarop de WvA zoals we die nu kennen, officieel ontstond.

Van vereniging naar Stichting: oorlog, opleiding en doelen

Terwijl Thierens, Knegt en Ram de inhoudelijke basis legden, bouwde het N.G.A. onder leiding van onder meer ir. C.J. Snijders ook aan een serieuze astrologische opleiding. Snijders schreef het handboek “Beginselen der Astrologie” als leidraad voor de zogeheten A-cursus, en later het tweedelige werk “Algemene Techniek der Astrologie”, waarin de astrotechnische opbouw van de horoscoop wiskundig exact werd behandeld. De eerste examens voor gediplomeerde astrologen werden in 1937 met succes afgenomen.

De Tweede Wereldoorlog maakte het openbare verenigingswerk vervolgens vrijwel onmogelijk; de astrologie werd in die jaren vooral in besloten kring beoefend. Direct na de oorlog kreeg de beweging een nieuwe, officiële vorm: in 1947 werd de “Stichting Werkgemeenschap van Astrologen” opgericht, met drie heldere doelstellingen – de studie en bevordering van de astrologie, de verdieping van het inzicht dat daaraan bijdraagt, en de officiële erkenning van diploma’s.

Theo J.J. Ram gaf de WvA in de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog een krachtige impuls, waardoor de beweging sterk groeide. Vanuit zijn invloedrijke rol wordt de WvA ook wel de “School van Ram” genoemd, verwijzend naar zijn specifieke visie en manier van werken.

In deze periode streefde de WvA naar een systeem waarin kosmologie, religie, filosofie, psychologie en wiskunde op een samenhangende manier met elkaar verbonden werden. Verschillende andere auteurs sloten in dezelfde geest aan, onder wie I. de Beer en C. Diegenbach (bekend van onder meer “Astro Technica”) en C.J. Snijders (onder andere “Beginselen van de astrologie”).

Het tijdschrift Urania ontwikkelde zich in die jaren steeds meer tot hét platform waarop nieuwe theorieën, opvattingen en ideeën rondom WvA‑astrologie werden gepubliceerd en bediscussieerd.

In de jaren vijftig ontstonden in Nederland ook andere astrologische groeperingen naast de WvA — sommige met een landelijk verenigingskarakter, andere meer regionaal georganiseerd. Die diversiteit aan stromingen bestaat tot vandaag, en maakt de eigen, systematische methode van de WvA des te herkenbaarder.

Voorzetting tot vandaag

Na Ram werd het gedachtegoed van Thierens, Knegt en Ram binnen de WvA voortgezet door een nieuwe generatie astrologen. Hans Cosman en Jan Bakker bouwden voort op de bestaande methodiek — Cosman was onder meer auteur van de schriftelijke Pelman-cursus, die in de jaren zeventig veel mensen op weg hielp in de astrologie. Samen met Bert Esser schreven Cosman en Bakker het boek “Astrologie van A tot Z”. Esser was op zijn beurt jarenlang een drijvende kracht achter de WvA, onder meer als voorzitter, en schreef meer dan honderd artikelen voor Urania en publiceerde meerdere boeken.

Ook Louise van Zanen en Toos Damen leverden met hun publicaties belangrijke bijdragen aan de ontwikkeling van de WvA-methodiek. In de meer recente geschiedenis speelt Paula Schreurs een actieve rol in de vernieuwing van de werkgemeenschap, waarbij ze haar eigen visie op de WvA-astrologie inbrengt.

Waar de WvA vóór de Tweede Wereldoorlog nog de enige astrologische groepering in Nederland was, onderscheidt de vereniging zich inmiddels tussen vele andere stromingen door haar eigen, consistente visie en methode: een afwijkende opzet van de horoscoopfiguur en een systematische aanpak van de duiding, rechtstreeks voortbouwend op het werk van Thierens, Knegt en Ram. Wil je je verder verdiepen in deze methode? Bekijk dan de artikelen en lezingen onder Publicaties, of lees meer over de kenmerken van de WvA-systematiek.